zondag 29 september 2013

Fyra


Wat me als jongetje aan het sterven onverdraaglijk leek was dat je dan alle nieuwe uitvindingen zou missen. Treinen op éen spoor, met een brommer door de lucht zweven, eten dat klaar uit een kastje kwam, voetpaden waarop je niet hoefde te lopen, telefoons waarbij je iemands gezicht kon zien praten. Als mijn leven zou eindigen, gingen al die nieuwe dingen door en ik was er niet bij. Nu, een aantal dingen zijn uitgekomen, een aantal andere zijn hopeloos het oude gebleven en wat de toekomst van toen ons nu ook heeft gebracht, je moet nog steeds je best doen om gelukkig te zijn.
Maar nu zat ik gisteren in de Fyra van Schiphol naar Rotterdam. De warme zon van de vroege herfst  bescheen de stedelijke en rurale landschappen en zette ons land in een gloed die ieder schilderij overtrof. De trein reed naast een snelweg en het viel me op dat al die auto's snelheid aan het minderen waren. Ik vroeg ma af waarom, tot ik me bedacht dat ze helemaal geen snelheid minderden, maar in tegendeel op topsnelheid reden. De trein reed, zonder dat ik het merkte, in een razende vaart de auto's voorbij. Ik kreeg kippenvel van geluk. Ik reed iedereen voorbij. Ik stelde me voor dat in ieder autootje een boze Nederlander zat - in mijn verbeelding is de boze Nederlander een autobezitter die de hele dag denkt dat zijn auto wordt afgepakt  - en begon op een andere manier adem te halen. Iets dat een gevoel van opluchting benadert.  'Zie je?', dacht ik. 'Dus tóch'. De techniek kan kleine goden van ons maken!
Is er in al die discussies over de hoge snelheidstrein, het hoongelach om de veronderstelde verkeerde keuzes, het geraas en getier, de beschuldigingen, de zich tegenwoordig automatisch zelfgenererende woede, nou geen mens geweest die zag dat het niets minder dan wonderbaarlijk was? Wat voor nadelen de Fyra ook heeft en heeft gehad, is er niemand die het gewoon ontzettend jammer vindt dat het is mislukt?
Ik wil er best een traan om laten. Je kunt met cynische, politieke en aktivistische tegenwerpingen komen, je zult ook vast gelijk hebben, maar dat kan me geen reet schelen. De hoge snelheid over het spoor is een droom en het onttakelen van een droom is het onttakelen van alle dromen.

dinsdag 27 augustus 2013

Idealen



Gijsbert was geen man in pak, dat vond Jessye juist zo leuk. Hij zag er helemaal niet uit als een advocaat. Daarom gaven haar ouders zich meteen gewonnen toen ze hem voor het eerst zagen. Gijsbert zag er als veertiger nog jong uit, zelf naast de vlinderachtige twintigjarige Jessye. Hij had al een heel huwelijk achter de rug. 'Ada was-is een geweldige vrouw, maar het ging gewoon niet meer. Maar mijn beide kinderen zijn schatten.'  Ze waren nu alweer acht jaar bij elkaar en ze kwamen juist terug van een van die feestjes bij haar ouders. Het regende, de smalle provinciale wegen waren onverlicht. De ruitenwissers maakten een eentonig geluid door de auto.
'Wat was dat?' vroeg Jessye, 'Een egel?'
'Ik geloof het wel,' zei Gijsbert. Hij onderdrukte een geeuw.
Geen bons of knal of zoiets. Ze zullen het dier op een haar na hebben gemist. Jessye haalde de adem die ze bleek te hebben ingehouden. Ze had het gevoel aan een noodlot te zijn ontsnapt, hoewel ze geen idee had waar dat gevoel vandaan kwam en wat die egel er mee te maken had. Toen Jessye als kind voor het eerst een veewagen zag met koeien die naar de slacht gingen, met die grote koppen die nieuwsgierig en angstig door de gaten keken, weigerde ze voortaan vlees te eten. Later had ze meegeholpen met een actie om nertsen uit een bontfokkerij te laten ontsnappen. Niet dat ze zelf de luiken had opengezet, maar ze verzorgde de publiciteit. Nog later werd ze politiek actief. Links en groen uiteraard.
Jessye had een relatie met een jongeman met een vlasbaardje voor ze Gijsbert onmoette, tijdens een fietstocht voor een goed doel. Er was meteen een klik met die sportieve man met die voor haar zo vreemde naam. Nog voordat de geweldige resultaten van de goede doelen fietstocht werden gevierd en Gijsbert haar vol schroom bekende dat ze hem helemaal gek maakte, 'Ik wil me absoluut niet opdringen, maar ik wil op z'n minst hardop tegen je zeggen wat ik voor je voel. No hard feelings als het daar bij blijft,' had hij haar trillend van de zenuwen gezegd. Het bleef er niet bij.
Het valt ook niet mee, dacht Jessye, om door je ouders zo gepusht te worden als Gijsbert. Papa bezat een middelgrote warenhuisketen en Mama deed al het andere om van het leven een succes te maken. Je best doen en flink geld verdienen, daar kwamen alle huiselijke gesprekken op neer. Gijsbert besloot een rechtenstudie te volgen omdat hij mensen bij wilden staan die zelf geen advocaat konden betalen. Hij haalde de afkeuring van zijn ouders op de hals door bijna niks te verdienen aan die eindeloze en onoverzichtelijke rij verslaafden, mislukkelingen en domme moordenaars. Maar voor Jessye was hij juist daarom een lot uit de loterij.
Nu werd ze mismoedig onder het geluid van de dikke regendruppels. Het zou me niks kunnen schelen als hij de egel had doodgereden, dacht ze tot haar eigen verbazing. Wat heeft het allemaal voor zin gehad. Overal ter wereld worden pogingen gedaan de wereld te verbeteren, maar het enige dat er gebeurt is dat er met geld wordt gefraudeerd. Dat het zware geweld bezit neemt van de zachte krachten en dat alle rooskleurige initiatieven binnen de kortste keer weden bevuild door de duisternis van kwaadaardigheid en geweld. Goedbedoelde revoluties ontaarden in burgeroorlogen, alle streven leidt tot datgene dat je nu juist wilde voorkomen.
Een herfstblad viel op de voorruit en bleef zitten ondanks de ruitenwissers. Jessye was moe, zo moe, en had zin om te janken.
Het was een verandering, die zich bij Gijsbert al wat eerder had voltrokken. Hij begon zich te ergeren aan zijn clienten, mensen met bruine tanden die hij nooit zou begrijpen en die nooit moeite deden hem te begrijpen. Hij nam enkele zaken van kennissen van zijn ouders aan en verbaasde zich over het gemak waarmee hij die won.
Het verkeerde liedje werd op de radio gespeeld en Gijsbert drukte het gaspedaal in. Er waren tijden geweest dat Jessye er wat van zei, maar nu hield ze haar mond en sloot ze haar ogen. Ze rook de geur van wijn en bier.
Bats!
Gijsbert stond bovenop de rem. De auto dreigde nog een gevaarlijke zwieper te maken, maar hij wist 'm op de weg te houden. Voor hen doemde de gestalte van een motoragent op. Jessye vond dat hij het gezicht van een pad had.
'Alcoholcontrole,' zei de agent. Zijn gezicht droop van de regen.
Gijsbert wilde iets zeggen, besloot te zwijgen en zei toen toch iets.
'Ik heb gedronken,' zei Gijsbert. 'Het is niet goed te praten, maar we komen net van haar moeder, die te horen heeft gekregen dat ze ongeneeslijk ziek is. Dat hakte er nogal in,' zei hij. Jessye protesteerde niet. Haar moeder was kerngezond. Ze keek de agent aan met een blik die treurigheid en deemoed uit moest drukken.
'Dat spijt me te horen, ' zei de Pad. 'Maar het is nu eenmaal zo...'
'Begrijp ik,' onderbrak Gijsbert. 'We hebben hoe dan ook een bekeuring verdiend. Maar...'
Jessye hoopte dat Gijsbert zich hier uit wist te lullen. Vroeger, misschien niet eens zo lang geleden zou ze het afschuwelijk hebben gevonden dat haar man zou proberen onder een armzalige bekeuring uit te komen.
'Maar ik ben als advocaat een goede kennis van je baas. Ik sla regelmatig een balletje met hem. Ik wil je graag wijzen op de onrechtmatigheid van deze controle.'
'Onrechtmatig?'
'Zeker. Het is één uur 's nachts. En levensgevaarlijk om hier te staan. Heb je de verordeningen niet gelezen? Ik zou haast denken van niet.'
Het was of ze zijn vader hoorde spreken, die altijd aanmerkingen op het eten had in restaurants.
'Ik ken de verordeningen wel...' zei de agent, met net iets te veel aarzeling.
'O ja? Ik denk van niet. Je kunt het risico lopen een enorme fout te begaan, maar je kunt het er ook bij laten zitten, dan zijn we allemaal tevreden. Aan jou de keuze.'
De agent veegde het water uit zijn ogen, keek nog even naar binnen en zei:
'Prettige avond.'
Jessye was niet misselijk. De hele autorit, tot en met dat ze de garage in reden, had ze het idee dat ze instortte en dat uit de puinhopen het gouden beeld van haar bestemming verrees.
'Het gaat ons goed,' dacht ze, 'we zijn niemand verantwoording schuldig.' Al die jaren dat ze had geprobeerd te ontkomen aan het cliché van salonsociaalheid vielen als een loden jas van haar af. Het kon haar zelfs niet meer schelen dat mensen zouden zeggen dat ze als golddigger was begonnen en waarschijnlijk zou eindigen als bedrogen echtgenote.
Wat een cliché is voor een oppervlakkige beschouwer, is  een ondoordringbaar woud voor de betrokkenen.


vrijdag 23 augustus 2013

Thuiskomen


Mijn vader was thuisgekomen. Hij zat aan tafel tegenover mijn moeder en rookte een sigaret. Naast hem stonden twee grote tassen met vuile kleren en ondergoed. Ik kwam opgewonden van buiten hollen.
'Dag zoon,' zei hij plechtig.
Moeder stak een verse sigaret op. Peter Stuyvesand. Ze zwegen.
Ik keek mijn vader aan.
'Deze keer ga ik niet meer weg,' zei hij. 'Ik blijf aan wal. Ik ga niet meer varen.' Hij glimlachte vermoeid.
Hij had ontslag genomen. Hij was begonnen als lichtmatroos bij de marine, volgde de Zeevaartschool in Delfzijl, werd kok, werd tweede stuurman, werd eerste stuurman, werd kapitein.
Enkele jaren later begon de kustvaart aan belang in te boeten, de enorme containerschepen kwamen op. Het type schip waar mijn vader op voer werd nog in de vaart gehouden voor slecht betaalde en duistere missies. 'Eerst voer ik groente en fruit, nu stront en bagger,' verzuchtte hij vaak. Toen hij gevangen werd genomen in Zuid Afrika vanwege een vracht wapens en munitie was de maat vol. Nu zat hij in de kamer, rokend, terwijl hij zich beraadde op zijn nieuwe situatie.
'En nu?' vroeg mijn moeder.
'Nu ga ik een maillot kopen bij modehuis Paping en ga naar Parijs om geld te verdienen als koorddanser op de Champs Elysées.'
'Dat geloof ik,' zei mijn moeder en doofde haar sigaret.
De volgende dag was hij vertrokken. Een half jaar later lag er een briefje op tafel.

'Mijn lieve vrouw, lieve kinderen,
Het is een groot succes geworden. Mijn koorddansnummer wekt alom bewondering. Er is belangstelling tot in Amerika en China. Ik heb nu een hele show in de Olympia. Kom me opzoeken. Reis en hotel zijn geregeld.'

We vlogen naar Parijs. We kregen de mooiste hotelkamers. We hoefden de naam van mijn vader maar te noemen en het personeel boog voor ons en deed zijn best het ons enorm naar de zin te maken. Mijn zusje en ik deelden een met rood tapijten behangen zaal met gouden vensterlijsten en even gouden badkranen. Mijn moeder bewoonde de kamer er naast, nog groter en nog luxueuzer. Vader zagen we echter niet, hij had het te druk in de Olympia. Mijn moeder ging, omdat ze toch maar alleen was een paar uur bij ons op de kamer zitten. Ze rookte een sigaret.
's Avonds bezochten we zijn show. Vader had ons niet voor niets in spanning gehouden. Het was spectaculair. Hij hinkelde als een klein kind op het slappe koord boven de hoofden van het publiek. hij kon geweldig doen alsof hij viel, waardoor het publiek het uitgilde van de spanning, droeg een gedicht van Paul Verlaine voor, en rolde in een grote schijf, die de maan voorstelde, op duizelingwekkende hoogte langs een sterrenhemel, terwijl het orkest Clair de Lune speelde. Tijdens het ovationele slotapplaus haalde hij vanaf zijn smalle hoogte een gouden zak tevoorschijn, van waaruit hij met gulle hand een gouden regen strooide.
We mochten mijn vader in zijn kleedkamer bezoeken. Hij was omringd door mooie vrouwen, met wie hij gezellig keuvelde, maar toen hij ons zag, zette hij de mooie vrouwen met hun lange haren en prachtige benen aan de kant.
'Daar zijn jullie!'
Hij omhelsde ons luid snikkend. Mijn moeder nog wel het langst. De mooie vrouwen zochten beschaamd een andere kamer op.
'Wat ben ik blij dat ik dit heb gedaan' riep hij uit. 'Stel je voor! Anders zou ik bijvoorbeeld portier zijn geworden bij een electriciteitscentrale. En dan zou ik me rot vervelen bij al die werkmensen en dienstkloppers. Dan zou ik me iedere dag laten couillonneren door arrogante baasjes. Ik zou stellig teveel gaan drinken.Ik zou een hond nemen en die als enige vriend accepteren.  Ik zou me uiteindelijk schikken in mijn lot en mezelf van binnenuit opvreten. Ik zou een langzame, treurige dood sterven. Nu kan ik iedere dag te pletter vallen. Ik leef iedere dag in angst, maar ik leef volop. Ik word haast gek van geluk.'
Mijn moeder gunde hem zijn geluk maar ze bekende dat ze hem miste.
'Maar ik zou je de keel uithangen. Ik heb een kwade dronk over me, dus ik zou je leven verzieken. Iedereen zegt dat een hecht gezin de basis is voor het geluk, maar dat geluk bestaat er alleen maar uit dat je je beschermd weet door lotgenoten. Medeslaven.'
Dat begreep mijn moeder ook wel. Ik was heel erg trots op mijn vader. Al hadden we zijn grote talent niet, iets van zijn glans straalde over op ons. We zijn eenzaam en angstig, maar ook trots, want we zijn van onszelf en van niemand anders. Mijn vader stierf toen hij vierenzestig was in zijn slaap, na een heftig en tot de bodem leeggezogen leven.



donderdag 22 augustus 2013

Waar is Bloggistan gebleven?

De media spatten uit elkaar. Iedereen was een paar jaar geleden nog druk aan het bloggen, ik ook, maar een groot categorieën berichten hebben hun weg naar andere plekken gevonden. Vakantieverslagjes, leuke gebeurtenissen, grappige foto's van de poes, gezellige meldingen van ziekte en pech - allemaal het terrein van de snelle sociale media geworden. En nu? Waar is Bloggistan gebleven?
De dikke 19e eeuwse roman wordt nog steeds gemaakt, maar de opiniërende en amuserende functies zijn voor een groot deel overgenomen door de film en de televisie. Zola en Dickens, allebei tuk op geld, zouden nu waarschijnlijk geen romans schrijven maar CEO's zijn geworden van goed draaiende televisiestations. Zakenlieden zijn de moderne verhalenvertellers. (En de grote vertellers zijn altijd al zakenlieden geweest.)
Toneel? Een reenactment van de in het verleden veronderstelde gewoonte naar een door acteurs uitgebeelde fictieve werkelijkheid te kijken. Er zijn nu makkelijkere manieren om mannen die hun vader vermoorden en het met hun moeder doen aan de schandpaal te nagelen. De behoefte aan actualiteit en amusement blijft, maar verplaatst zich van het ene naar het andere communicatiemedium. Kunst is de laatste opleving van een onbruik rakend medium.
Lezers en theaterpubliek worden zonderlingen, die zich buiten het gewoel van de gebeurtenissen houden.
Bloggistan haakt aan het wegdrijvende werelddeel der kunsten. Een soort Antarctica dat nauwelijks invloed heeft op het leven van alledag en waar je naar toe moet roeien, door de kou, om er te komen. Aan de bebouwers van het poolgebied de opdracht die ongemakkelijke reis ondanks alles de moeite waard te maken.


donderdag 28 februari 2013

Gotverdammeduvel



Ik heb het niet zo op verliefde mensen. Dat zal wel meer zeggen over mij dan over de liefde. Nou, dat is dan maar zo. Die kleffe zoentjes op het perron, dat lamlendige voetjevrijen onder de tafel, die naam die zuchtend wordt uitgesproken, ik kan er niks mee. Verliefde mensen sluiten zich in elkaar op en ze sluiten de rest van de wereld af. Ze houden elkaar gevangen, ze zijn elkaars slaaf. Alle vrijheid die de mensen hebben bevochten in duizenden jaren, doen ze teniet door elkaar in de greep te houden.

Mijn tante Martha was lang geleden verliefd op Ebel Jan. Ze was al ver in de twintig en woonde nog bij haar stiefouders. Ik kwam graag bij tante Martha, want ze speelde prachtig accordeon. Ik was altijd gelukkig als ze de handdoek van het instrument haalde en de kleine huiskamer vulde met 'Schenkt man sich Rosen aus Tirol'. Op een dag kon ze zich niet meer tot spelen zetten. Ze liep herhaaldelijk naar het raam om te kijken of Hij nu eindelijk kwam. Er kwam een auto aangereden. Die auto reed weer voorbij. Tante Martha zuchtte. En vijf minuten later weer, als er nogmaals een ronkende motor naderde. En nog eens.

Er zijn mensen die beweren dat de liefde bewijst dat toeval niet bestaat. 'Uit al die duizenden mensen vinden net wij tweeen elkaar, dat kan toch geen toeval zijn?' Voor mij toont het aan dat het leven niets anders is dan een reeks noodzakelijke keuzes binnen een chaotische wereld. Het leven bestaat uit gevaar en onverschilligheid, waarop wat ijsschotsen drijven. De liefde is een gevaarlijke sprong van de ene schots op een andere. De opluchting dat die is gelukt, noemen we liefde. De noodzakelijkheid van de liefde van tante Marthe was evident. Ze moest opschieten, anders kwam ze nooit uit dat huis en zou ze nooit kinderen kunnen krijgen en grootbrengen. Er hing nogal wat van af.

Dus stond ze twee uren lang om de vijf minuten op om uit het raam te kijken. Alle bewegingen op straat nam ze waar. De beweging waar ze op hoopte was er niet bij. De accordeon bleef onder de handdoek. Daarentegen was ik wel getuige van een hartenkreet, die me door merg en been ging en die me bij is gebleven tot op de dag van vandaag. Als ik aan de liefde dacht, dacht ik dat woord er voortaan bij. Na die wanhopige uithaal bleef ze een kwartier stil aan tafel zitten, bleek aangestaard door haar stiefouders.

De kreet was uit de grond van haar hart en zo luid dat het glaswerk er van rinkelde en de vitrages er van wapperden. De 'r' ronkte en rolde, de klinkers kwamen er luid, maar raspend uit, vanwege haar uit woede dichtgeknepen keel. De kat vluchtte de kamer uit en ik was verbijsterd.

'Gotverdamme Duvel!!!!'

vrijdag 15 februari 2013

Verpakking


Het nieuws op dit moment is dat er in Engeland paardenvlees is aangetroffen in de lasagne. Het breidt zich uit en krijgt de allure van een schandaal. Hoewel, in Nederland wil dat schandaal nog niet erg lukken, ook al blijkt de lasagne van Albert Heyn eveneens stukken paard te bevatten. De weerzin tegen paardenvlees is in ons land, waar tot enkele tientallen jaren geleden nog vele paardenslagers een eerzaam beroep hadden, niet overweldigend. Dus gooit men het over een andere boeg: 'Er staat op de verpakking dat het rundvlees is!' roept de pers, 'Terwijl er paard in zit! Dat is misleiding van de consument!' - waarna men doorgaat met te doen alsof we te maken hebben met volksvergiftiging.  Welbeschouwd is het paardenvleesschandaal niets anders dan een verpakkingshype.

Dat doet me denken aan iets dat ik in mijn jonge jaren beleefde met een vriend van mij, Peter. Op een ochtend zaten we aan de ontbijttafel. Peter keek naar een blikje leverpastei.
'Zie je dit?' vroeg hij.
'Homburg leverpastei', las ik voor.
'Nee, die foto.'
Ik keek nog eens goed.
'Een witte boterham met, ik denk, leverpastei.'
'En verder?'
'Een blaadje sla en een glas wijn.'
'Precies,' zei Peter. 'Kijk nu eens naar de inhoud van dat blikje. Wat zit er in?'
'Leverpastei.'
'Heel juist. Zie jij een blaadje sla, een witte boterham en een blaadje sla?'
'Nee,' zei ik.
'Misleiding van de consument!' riep Peter uit. Hij speurde het blikje leverpastei af naar een telefoonnummer.
'Maar dat doen ze toch alleen maar, zodat het er leuk uitziet?' vroeg ik. Maar Peter was al bezig het nummer te draaien. Hij had echt zin eens lekker op zijn strepen te staan.

Ik hoopte dat er niet zou worden opgenomen, maar nadat de telefoon een paar keer was overgegaan meldde zich een aardige vrouwenstem.
'U spreekt met de firma Homburg.'
'Ik zie een glas wijn op uw verpakking,' zei Peter streng, 'een plak witbrood en een blaadje sla. Die heb ik niet aangetroffen in uw blikje.'
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Ik wilde wegkruipen in een ver hoekje.
'Dat zoeken we uit,' zei de aardige mevrouw.

Ik weet niet of het vanwege dit gesprek was, maar vanaf dat moment verscheen het woord 'menusuggestie' op de verpakkingen van Homburgs leverpastei. Daarna verdwenen de boterham, de wijn en het slablaadje. En daarna verdween de firma Homburg helemaal. Waarmee aangetoond is, dat wij als consument wel dégelijk invloed hebben op wereld om ons heen.

zaterdag 2 februari 2013

Roy


Ik zie een heer met gebruinde huid, gebleekte tanden, zwarte zwierige haren en sprekende ogen. Ik zie zijn overhemd met ruches en iets roze en iets goudkleurigs op de achtergrond. Het is een fotoportret, die maar een paar tellen op de televisie wordt uitgezonden. En ik denk: waarom zie je toch altijd meteen dat iemand een schlagerzanger is? Het item is op de Duitse televisie, ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Roy Black. Zijn vrienden, allen grijsaards in rolstoelen en aan het zuurstof halen herinneringen aan hem op. 'Hij was een aardige kerel,' zeiden ze.

Waarom klinkt 'Roy Black' zo Duits, vraag ik me af, 'Terwijl het toch ze Engels is bedoeld?'
Mijn moeder was fan van hem. Eind jaren '60 sloeg ze geen uitzending over van de Schlagerparade, gepresenteerd door Dieter Thomas Heck. Er was een wedstrijdelement aan verbonden. Het ging erom welke schlager 'nummer einz' zou worden. De avond van mijn moeder was goed als Roy Black nummer einz werd en ze was uit haar doen als Roy Black dat niet was. Ze hield van Roy Black omdat zijn ogen haar deden denken aan die van haar favoriete neef.

Zijn grootste hit - het engelse woord voor Schlager-  was: 'Schön ist es auf die Welt zu sein'. De tekst van het liedje staat in schril contrast met zijn leven, die een aaneenschakeling was van alcohol, drugs, huwelijksproblemen en een verloren droom. Hij  wilde eigenlijk ruige rock 'n roll zingen. Zijn eerste song was getiteld: 'Sweet baby mein'. Maar vanwege  zijn uiterlijk, van het type dat veel Duitse vrouwen deden smelten, nam zijn loopbaan een andere weg. 'Als de tijden hem gunstiger gezind zouden zijn, had hij bij de metal band Rammstein gezongen,' zeiden zijn grijze vrienden, die hem nog hebben gekend onder zijn eigen naam Gerd Höllerich. 'Black' was vanwege zijn zwarte haar, 'Roy' was van Roy Orbison.

Op de foto hierboven zie je Roy Black, twee jaar voor zijn dood. Zijn houding los en ontspannen, zijn haar en wenkbrauwen opgetuigd, zijn glimlach vermoeid. Het leven is niet eerlijk. Keith Richards kan maar doorgaan en Roy sterft, uitgewoond en met een hart dat kapot is. Het filmpje op de televisie duurt drie minuten. Na die drie minuten word ik vervuld van een intens en werkelijk medelijden.