Weg
Ik heb altijd al een slecht geheugen gehad. Waar ik niet op kon komen, daar moest ik allerlei handigheidjes in stelling brengen. De tafels bijvoorbeeld. Toen we de tafel van één moesten leren ging dat wat mij betreft van zo'n leien dakje, dat ik hoogmoedig begon te worden. De tafel van twee, daar had ik ook nooit een probleem mee, zelfs de tafel van drie ging best aardig. Ik leerde het van buiten in het maanlicht dat door het raam van mijn slaapkamer scheen. Mijn moeder liep wat door het huis en de hond liep achter haar aan. Zeven keer drie is eenentwintig. Geen probleem. De tafel van vier was eigenlijk de tafel van twee, maar dan dubbel, en de tafel van vijf was dan weer heel makkelijk, dat was altijd de helft van het getal dat je zei vóór 'keer vijf'. De tafel van zes was makkelijk, tót en met zes keer zes is zesendertig! (want dat klinkt gewoon leuk) Maar bij zeven keer zes begon de ellende. Dan moest ik denken: vijf keer zes plus twee keer zes; dertig plus twaalf. ...